Hoe verloopt een tenniswedstrijd?
Een set win je met zes games, met minstens twee games verschil; bij 6-6 volgt meestal een tiebreak, die de set op 7-6 beslist. Een wedstrijd gaat om twee gewonnen sets, of om drie; staat het een set gelijk, dan speel je meestal een derde set of een wedstrijdtiebreak tot tien.
Een set winnen
Bij 5-5 speel je door; wordt het 7-5, dan is de set klaar. Wordt het 6-6, dan hangt het af van de setvorm die is afgesproken: een tiebreakset (de gewone vorm, bijna overal) eindigt bij 6-6 in een tiebreak, een voordeelset speelt door tot iemand twee games voorstaat.
De tiebreak
In de tiebreak tel je gewoon door: een, twee, drie. Wie het eerst zeven punten heeft met twee verschil, wint de tiebreak en de set op 7-6. De speler die aan de beurt was met de service, serveert het eerste punt maar één keer, van rechts; daarna serveert ieder steeds twee punten, om en om.

De wedstrijd: twee gewonnen sets
Op de club en in de competitie speel je meestal twee gewonnen sets. Staat het een set gelijk, dan moet er een beslissing komen: een gewone derde set, een derde set met een tiebreak tot tien bij 6-6, of een wedstrijdtiebreak in plaats van de hele derde set, meteen tot tien punten met twee verschil. Welke vorm geldt, spreek je vooraf af.
Wat je vooraf afspreekt
- Voordeel of beslissend punt bij gelijk.
- Tiebreakset of voordeelset, en bij een set gelijk een derde set of een wedstrijdtiebreak.
- Korte sets of gewone, als de tijd krap is.
- Hoeveel ballen en wanneer nieuwe.
Voor het eerste punt en wisselen van kant
Voor de wedstrijd draai je een racket om te bepalen wie mag kiezen: serveren, ontvangen, de kant van de baan, of de tegenstander eerst laten kiezen. Je wisselt van speelhelft na elke oneven game, en in de tiebreak na elke zes punten.