Wat hoort er wel en niet bij gedrag en etiquette op de tennisbaan?
Tennis is een spel waarin je grotendeels je eigen scheidsrechter bent. Coachen mag nooit tijdens een punt, in toernooien geldt bij wangedrag een gedragscode met vier stappen, en op de club gelden ongeschreven regels over de buurbal, het hek en het vegen na afloop.
Coachen: wanneer het wel en niet mag
Coachen is elk advies of elke aanwijzing aan een speler, met woorden of met een gebaar. Tijdens het spelen van een punt mag het nooit. Tussen de punten mag het alleen als de organisatie van het toernooi dat toestaat, en dan kort en discreet. Speel je vrij met vrienden, dan zijn tips tussen de punten aan jullie zelf.
De gedragscode in toernooien
Wie op een toernooi zijn racket gooit, vloekt of de tegenstander uitscheldt, krijgt met de gedragscode te maken: een waarschuwing, daarna een puntstraf, daarna een gamestraf en uiteindelijk diskwalificatie. Die code staat niet in de spelregels zelf, maar in het toernooireglement van de KNLTB. Op de club zonder official kost een gegooid racket je alleen je racket, en je naam.
Gebruiken op de club
- De buurbal. Geef een bal van de buurbaan terug tussen de punten, nooit tijdens hun rally.
- Het hek. Wacht buiten het hek tot het punt voorbij is voordat je een bezette baan op loopt.
- Vegen. Op gravel veeg je na afloop de baan en de lijnen, ook als jullie tijd om is.
- Op tijd. Maak het lopende punt af, niet de game, als jullie tijd om is.
- Handen. Geef na afloop een hand of tik rackets bij het net, met winnaar en verliezer, en bedank je partner.
- Telefoon. Die blijft in je tas, geen geluid en niet kijken tussen de punten.
Respect
Tennis werkt alleen als iedereen ervan uitgaat dat de ander eerlijk is. Roep wat je ziet, geef de twijfel weg, en accepteer de roep van je tegenstander aan zijn kant, ook als je het anders zag. Vraag hooguit een keer "weet je het zeker?" en laat het daarbij.