De 25 meest gemaakte fouten in de tennisregels
De meeste fouten in de tennisregels ontstaan doordat spelers de regels van vrienden hebben geleerd, of ze verwarren met padel of pickleball. Hieronder staan de 25 die wij het vaakst zien, met in één zin wat er wel geldt.
Bij de service
- Denken dat bovenhands of onderhands iets uitmaakt. De regels zeggen er niets over; ze zeggen alleen dat de bal niet mag stuiten voordat je hem raakt.
- Denken dat springen tijdens de service niet mag. Springen mag: het gaat om wat je voeten raken, niet om wat er in de lucht gebeurt.
- Denken dat een mislukte opgooi een poging kost. Je mag de bal vangen of laten vallen en opnieuw opgooien, zolang je niet zwaait.
- Een service die de netband raakt en toch goed valt als dubbele fout rekenen. Het is een let: je slaat gewoon een nieuwe service, met dezelfde poging.
- Denken dat een service tegen een enkelspelpaaltje die goed valt telt. Bij de service is dat een fout, ook al valt de bal in het vak.
- Serveren zodra jij zelf klaar bent. Je wacht tot de ontvanger klaarstaat, anders is het een let.
- Een service die de ontvanger per ongeluk raakt een let noemen. Raakt de bal hem voordat hij stuit, dan is het gewoon punt voor de serveerder.
Tellen en de wedstrijd
- Denken dat je bij 40-40 met het volgende punt wint. Dat heet gelijk; je hebt twee punten op rij nodig, tenzij een beslissend punt is afgesproken.
- Denken dat een set altijd met 6 games wordt gewonnen. Je hebt twee games verschil nodig; bij 6-6 komt meestal een tiebreak.
- Denken dat in de tiebreak iedereen vanaf het begin twee punten serveert. De eerste serveerder slaat maar één punt, daarna serveert ieder er twee.
- Denken dat een wedstrijd altijd drie sets duurt. Het gaat om twee gewonnen sets; bij 2-0 is de partij al klaar.
- Denken dat je bij een set gelijk altijd een volledige derde set speelt. Vaak geldt een wedstrijdtiebreak tot tien in plaats van een derde set.
In of uit en het net
- Denken dat een bal op de lijn uit is. De lijn hoort bij het veld, dus in.
- Denken dat de tramrails bij dubbelspel niet meetellen. Bij dubbel horen ze wel bij het speelveld, bij enkel niet.
- Een netbal tijdens de rally overspelen. Alleen bij de service is een netbal een let; in de rally speel je gewoon door als de bal over het net valt.
- Iets zeggen over een bal aan de kant van de tegenstander. Iedereen beslist alleen over zijn eigen kant.
- Bij twijfel "uit" roepen. Twijfel is in; kun je een bal niet zeker uit geven, dan speel je door.
- Een bal die na de stuit tegen het hek springt nog terugslaan. Het punt was al beslist bij de stuit; het hek doet er niet meer toe.
Dubbelspel, gedrag en herstel
- Denken dat je in dubbelspel zelf kiest wie welk punt ontvangt. Die volgorde ligt per set vast, net als bij serveren.
- Denken dat je partner op een vaste plek moet staan. Hij mag overal aan zijn eigen kant staan.
- Denken dat coachen tussen de punten altijd mag. Het mag alleen als de organisatie van het toernooi dat toestaat.
- Op gravel de afdruk van een eerdere slag bekijken. Alleen de afdruk van de laatste slag van de rally telt.
- Denken dat serveerde de verkeerde speler de hele game overnieuw moet. Gespeelde punten blijven staan; je herstelt vanaf het moment dat je het merkt.
- Denken dat hinder van een bal van de buurbaan het punt kost. Dat is een let: het punt wordt overgespeeld, met een eerste service.
- Denken dat je de service mag overdoen omdat de ontvanger nog niet klaarstond. Deed hij al een poging om terug te slaan, dan gold hij als klaar en kan hij dat niet meer terugdraaien.
Herken je er een paar? Dan ben je niet de enige. In de cursus TENNIS 58 komen ze allemaal langs, met een oefenvraag bij elke regel, zodat je ze op de baan niet meer maakt.