Deze les was er één van elf. In de cursus krijg je ze allemaal, met de oefenvragen, de memokaarten, tien video's van de KNLTB en als pluspunt de techniek, de tactiek en de omgangsvormen. Een jaar toegang, direct na je betaling.
De service: twee kansen, en de fouten die het vaakst voorkomen
Dit is les 5 van de 11, precies zoals hij in de cursus staat. Lees hem door, maak de zeven oefenvragen en neem de memokaart mee de baan op. Gratis, zonder account. Bevalt het? Dan heb je de andere tien lessen voor 29,95, of vanaf 14,99 per speler samen met je partner of je hele vier. Ontvang direct je toegangscode en begin meteen.
Start direct vanaf € 14,99 per speler
Wat je na deze les kunt
- een service slaan die aan alle eisen van de spelregels voldoet
- elke servicefout en elke let herkennen en zeggen wat er daarna volgt
- in het dubbelspel serveren en ontvangen zonder een punt weg te geven
Elk punt begint met een service
De serveerder brengt de bal in het spel. Daar heb je twee kansen voor. Is de eerste service fout, dan sla je meteen een tweede, zonder oponthoud en vanaf dezelfde kant (Regel 20). Is ook de tweede fout, dan is het punt voor de tegenstander (Regel 24 a). Dat noemt iedereen een dubbele fout.
Ken je padel? Dan is dit vertrouwd: twee kansen, schuin in het vak. Speel je pickleball, dan ben je één kans gewend. Bij tennis heb je er twee.
Waar je staat
Vlak voordat je de servicebeweging begint, sta je stil met beide voeten achter de achterlijn. Achter betekent: verder van het net dan de lijn. Je staat bovendien tussen twee denkbeeldige lijnen: het verlengde van het middenmerk, dat is het korte streepje midden op de achterlijn, en het verlengde van de zijlijn (Regel 16).
In het enkelspel is dat de enkelspelzijlijn. De strook tussen de enkelspelzijlijn en de dubbelspelzijlijn hoort er dan niet bij; van daarachter serveren is fout (Regel 18, geval 1). In het dubbelspel mag je tot aan het verlengde van de dubbelspelzijlijn.
Het eerste punt van elke game serveer je van rechts, daarna om en om: links, rechts, links (Regel 17). Hoe dat samenhangt met de stand, en waar de ontvanger staat, heb je in les 4 gezien.
Opgooien en slaan
Je laat de bal met je hand los, in welke richting je wilt, en raakt hem met het racket voordat hij de grond raakt (Regel 16). De regels zeggen niets over bovenhands of onderhands. Ze zeggen wel dat de bal niet eerst mag stuiten. Dat is precies andersom dan bij padel.
Gaat je opgooi mis? Geen probleem, zolang je geen slagpoging doet. Je vangt de bal met je hand of je racket, of je laat hem stuiten, en je gooit opnieuw op (Regel 19, geval 1). Zwaai je wel en mis je de bal, dan is dat een fout (Regel 19 b). De servicebeweging is klaar op het moment dat je racket de bal raakt of mist (Regel 16). Kun je maar één arm gebruiken, dan mag je de bal met het racket loslaten.

Wat je voeten niet mogen
Tijdens de servicebeweging gelden vier verboden voor je voeten (Regel 18):
- je verandert je stand niet door te lopen; kleine bewegingen van de voeten mogen wel
- je raakt met geen voet de achterlijn of het speelveld
- je komt met geen voet buiten het verlengde van de zijlijn
- je zet geen voet op het verlengde van het middenmerk
Overtreed je een van deze vier, dan is het een voetfout. Een voetfout is een foutieve service (Regel 19 a). Op een eerste service krijg je dus nog een tweede; op een tweede service kost hij het punt.
Springen mag
Het gaat om wat de grond raakt. Je mag tijdens de service een voet of zelfs beide voeten van de grond hebben (Regel 18, geval 2). Wie in de lucht boven de achterlijn zweeft en pas na de slag in het veld landt, maakt geen voetfout. Wie met een teen op de lijn staat wel.
Op de club roept niemand voetfouten, want er staat geen scheidsrechter. Dat betekent niet dat het mag. Zet je voeten een paar centimeter achter de lijn en je hebt er nooit meer last van.
Schuin in het vak
De geserveerde bal gaat over het net en raakt het servicevak dat diagonaal tegenover je ligt, voordat de ontvanger hem terugslaat (Regel 17). Serveer je van rechts, dan is dat het rechtervak vanuit jou gezien aan de overkant. De lijnen om dat vak horen erbij: een service op de servicelijn, de middenservicelijn of de zijlijn is goed (Regel 12).
Wanneer de service fout is
Een service is fout als (Regel 19):
- je een van de eisen aan je plek, je voeten of het vak overtreedt: verkeerde plek, voetfout, verkeerd vak, bal buiten het vak (Regel 16, 17 en 18)
- je de bal mist terwijl je hem probeert te slaan
- de bal een vaste hindernis, een enkelspelpaaltje of een netpaal raakt voordat hij de grond raakt
- de bal jou of je partner raakt, of iets wat jullie dragen of vasthouden
Die derde verdient aandacht. Raakt je service een enkelspelpaaltje en valt hij daarna keurig in het goede vak? Dan is hij toch fout (Regel 19, geval 2). Bij een gewone terugslag in de rally mag een bal via het paaltje wel, bij de service niet.
De service raakt de ontvanger
Raakt de service de ontvanger of, in het dubbelspel, de partner van de ontvanger voordat de bal de grond raakt? Dan is het punt voor de serveerder (Regel 24, geval 7). De ontvanger moet de service laten stuiten; slaat hij hem uit de lucht, dan verliest hij het punt (Regel 24 e). Blijf dus uit de baan van een service die uit lijkt te gaan. De enige uitzondering is de let hieronder.
Netband en dan goed
Raakt je service het net, de nettrekband of de netband en valt hij daarna in het goede vak? Dan is het een let (Regel 22 a). Die service telt niet en je serveert opnieuw. Ook een let: de bal raakt eerst het net en daarna, voordat hij de grond raakt, de ontvanger of zijn partner of iets wat zij dragen.
Let op het verschil met de netpaal en het enkelspelpaaltje uit het vorige onderdeel. Netband is let, paal of paaltje is fout.
Hoeveel services heb je dan nog
Een let op de eerste service: je slaat opnieuw een eerste service. Een let op de tweede service: je slaat alleen die tweede opnieuw. Een let maakt een eerdere fout niet ongedaan (Regel 22 en 23). Bij een let tijdens de rally, bijvoorbeeld door een bal van de buurbaan, wordt het hele punt overgespeeld en begin je weer met een eerste service. Dat zie je in les 7.
Wie padelt, kent dit al. Wie pickleball speelt, moet even omschakelen: daar is een service via het net gewoon in het spel, bij tennis niet.
De ontvanger staat klaar
Je serveert niet voordat de ontvanger klaar staat (Regel 21). Serveer je toch, dan is het een let en serveer je opnieuw (Regel 22 b). De ontvanger mag dit niet misbruiken: hij past zich aan het redelijke tempo van de serveerder aan en staat binnen een redelijke tijd klaar (Regel 21).
Wie terugslaat, was klaar
Doet de ontvanger een poging om de service terug te slaan, dan gold hij als klaar. Hij kan daarna niet meer zeggen dat hij nog niet zover was (Regel 21). Andersom: geeft de ontvanger duidelijk aan dat hij niet klaar is, met een opgestoken hand bijvoorbeeld, dan kan die service niet als fout worden geteld.
De tijd die je hebt tussen twee punten staat in les 7.
Wie in welke game serveert en wie in welk punt ontvangt, ligt de hele set vast. Die volgorde ken je uit les 4. Hier de dingen die tijdens de service zelf mis kunnen gaan.
De partner van de serveerder
Je partner mag overal staan aan jullie kant van het net, binnen of buiten de lijnen (Regel 26, geval 5). Raakt jouw service je partner of zijn kleding, dan is de service fout (Regel 19 d). Serveer je dus vanaf de rechterkant, dan staat je partner meestal links bij het net, uit de baan van de bal.
De partner van de ontvanger
Alleen de ontvanger slaat de service terug. Daarna mag elke speler van het team de bal slaan (Regel 15). Raakt de service de partner van de ontvanger voordat de bal stuit, dan is het punt voor het team dat serveert, tenzij het een let was (Regel 24, geval 7). En raakt de partner van de ontvanger het net terwijl de service nog in het spel is, dan verliest het ontvangende team het punt, ook als de service daarna buiten het vak valt (Regel 24, geval 3).
- Serveer twintig keer en let alleen op je voeten: stilstaan, achter de lijn, tussen het middenmerk en de zijlijn.
- Gooi tien keer expres slecht op en vang de bal. Voel dat dat mag, zolang je niet zwaait.
- Vraag je tegenstander bij elke service hardop te zeggen: goed, fout of let. Doe hetzelfde bij zijn service.
Na een paar keer hoef je er niet meer over na te denken.
De vijf dingen die je uit deze les moet onthouden:
- Achter de achterlijn, binnen middenmerk en zijlijn. Erop is voetfout.
- Opgooien mag opnieuw zolang je niet zwaait. Zwaaien en missen is een fout.
- Twee kansen. Na de eerste fout meteen de tweede, vanaf dezelfde kant.
- Netband en dan goed is een let: die service opnieuw. Netpaal of paaltje is fout.
- Serveer pas als de ontvanger klaar staat. Wie de bal terugslaat, was klaar.

Print deze kaart of neem hem mee op je telefoon.
Zeven vragen, direct antwoord
0 van 7 beantwoord
Zo leer je de rest van de regels
2 spelers
2 toegangscodes
€39,95
€ 19,98 per speler
- Direct beginnen
- Een jaar toegang
- Inclusief btw
4 spelers
4 toegangscodes
€59,95
€ 14,99 per speler
- Direct beginnen
- Een jaar toegang
- Inclusief btw
Elk pakket geeft twaalf maanden toegang tot de hele cursus, met één toegangscode per speler, direct na je betaling. De regels in de cursus komen uit de Tennisspelregels van de KNLTB, uitgave 2025, de officiële Nederlandse vertaling van de Rules of Tennis van de ITF. De cursus zelf is gemaakt door Bert van Doorn, opleider van beroep, die met LOKAAL 58 meer dan 10.000 opsporingsambtenaren opleidde via een online leeromgeving zoals deze. Je rekent af bij BRIDGE 58 B.V., het bedrijf achter TENNIS 58, met iDEAL of een kaart, inclusief btw.