De spelregels van tennis, in de volgorde van een partij
Tennis speel je een tegen een of twee tegen twee, met een racket en een bal over een net. Je wint een punt als de tegenstander de bal niet meer goed terugkrijgt; punten worden games, games worden sets, en sets worden een wedstrijd. De service is de enige slag die je zelf bepaalt, met twee kansen. Hieronder staan alle regels in de volgorde waarin je ze op de baan tegenkomt, van de toss voor de wedstrijd tot de handdruk na afloop.
Voor de wedstrijd
Voor de wedstrijd draai je een racket, en de ander raadt welke kant het logo op wijst. De winnaar kiest een van drie dingen: serveerder of ontvanger zijn in de eerste game, de kant van de baan, of de tegenstander eerst laten kiezen. Kies je de service, dan kiest de ander de kant, en andersom.
Daarna spelen jullie hoogstens vijf minuten in: een paar ballen van achteren, een paar volleys en een paar services. Spreek voor het eerste punt ook af: voordeel of een beslissend punt bij gelijk, een tiebreakset of een voordeelset, en hoeveel ballen jullie gebruiken.

Serveren en ontvangen
De serveerder staat achter de achterlijn, tussen het verlengde van het middenmerk en de zijlijn, en serveert schuin naar het servicevak van de ontvanger. Elke game begint van rechts, daarna om en om: links, rechts, links. Even puntental is rechts, oneven is links. Na elke game wisselt de service: de ontvanger wordt serveerder en andersom.
De ontvanger staat schuin tegenover de serveerder en mag zelf weten hoe ver naar achteren of naar voren hij staat. Hij moet de service wel laten stuiteren voordat hij hem terugslaat.
De service
Je hebt twee servicekansen. Is de eerste service fout, dan sla je meteen een tweede; is ook die fout, dan is het een dubbele fout en gaat het punt naar de tegenstander. Je laat de bal los en raakt hem voordat hij stuit; bovenhands of onderhands maakt niet uit.
Tijdens de servicebeweging gelden regels voor je voeten: je blijft achter de achterlijn en tussen het middenmerk en de zijlijn, en je voeten mogen niet lopen of over de lijn komen. Overtreed je dat, dan is het een voetfout. Raakt je service het net en valt hij toch goed, dan is het een let: je serveert opnieuw.

Tellen: 15, 30, 40, game
Een game bestaat uit punten: 15, 30, 40 en game, met de punten van de serveerder eerst. Hebben jullie allebei drie punten, dan roep je gelijk: vanaf dan heb je twee punten op rij nodig om de game te winnen. Win je het eerste, dan is het voordeel voor jou.

Games en sets
Een set win je met zes games, met minstens twee games verschil. Bij 5-5 speel je door; wordt het 6-6, dan volgt meestal een tiebreak. Een wedstrijd gaat om twee gewonnen sets, of om drie.
Je wisselt van speelhelft na elke oneven game: na de eerste, de derde, de vijfde. Aan het eind van een set wissel je ook, tenzij het totaal aantal games in die set even is; dan wissel je na de eerste game van de volgende set.
De tiebreak
In de tiebreak tel je gewoon door: een, twee, drie. Wie het eerst zeven punten heeft met twee verschil, wint de tiebreak en de set op 7-6. De speler die aan de beurt was, serveert het eerste punt maar één keer, van rechts; daarna serveert ieder steeds twee punten om en om, en je wisselt van speelhelft na elke zes punten.

In en uit
Een bal die de lijn raakt is in; een lijn hoort bij het veld dat hij begrenst. Er is geen scheidsrechter op de club: jij beoordeelt de ballen aan jouw kant van het net, en kun je een bal niet met zekerheid uit geven, dan is hij in.

Op gravel mag je de afdruk van de laatste slag bekijken als je twijfelt aan een beslissing. Op hardcourt, kunstgras en indoor is er geen afdruk; daar geldt alleen dat twijfel in is.
De bal in het spel: hoe je een punt verliest
De bal is in het spel vanaf het moment dat de serveerder hem raakt, tot het punt beslist is. Je verliest een punt als de bal twee keer stuit aan jouw kant, als je hem uitslaat, als jij, je racket of je kleding het net raakt terwijl de bal leeft, of als de bal je lichaam raakt.
Een bal die het net raakt tijdens de rally en toch over valt, is gewoon goed; alleen bij de service is dat een let. Alles wat vast om de baan staat, zoals het hek, is een vaste hindernis: raakt de bal die na de stuit, dan was het punt al beslist.
Wisselen van kant
Je wisselt van speelhelft na elke oneven game en in de tiebreak na elke zes punten. Na de eerste game van een set en bij een wissel in de tiebreak loop je zonder pauze door; bij de andere wissels mag je hoogstens 90 seconden zitten, en na een set 120 seconden.
Hinder en fouten herstellen
Word je gehinderd door een opzettelijke handeling van de tegenstander, dan win jij het punt; was de hinder onopzettelijk, zoals een bal van de buurbaan, dan speel je het punt over. Ontdekken jullie een fout, zoals een verkeerde serveerder of de verkeerde kant, dan blijven de gespeelde punten staan en herstel je vanaf het moment dat je het merkt.
Dubbelspel: wat anders is
Bij dubbelspel is de baan 10,97 meter breed in plaats van 8,23 meter: de tramrails tellen dan mee. Binnen een team serveren en ontvangen de twee spelers om de beurt, in een volgorde die de hele set vastligt. De partners mogen overal aan hun eigen kant staan.

Gedrag en etiquette
Roep "uit" meteen en luid genoeg voor de tegenstander, en geef bij twijfel altijd het voordeel aan hem. Coachen mag nooit tijdens een punt. Op de club gelden eigen gebruiken: de buurbal teruggeven tussen de punten, wachten bij het hek, en op gravel na afloop vegen.
Het einde van de wedstrijd
De wedstrijd is voorbij zodra een speler of team twee sets heeft gewonnen, of drie als dat vooraf is afgesproken. Na afloop geef je een hand of tik je rackets bij het net. En de belangrijkste regel staat nergens in het reglement: het is een spel. Lach om je eigen missers.