Wat zijn de serviceregels bij tennis?
De serveerder brengt de bal in het spel van achter de achterlijn, schuin naar het servicevak diagonaal tegenover hem. Je hebt twee kansen: is de eerste service fout, dan sla je meteen een tweede. Is ook die fout, dan is het een dubbele fout en gaat het punt naar de tegenstander.
Waar je staat
Vlak voordat je de servicebeweging begint, sta je stil met beide voeten achter de achterlijn en tussen het verlengde van het middenmerk en de zijlijn. In het enkelspel is dat de enkelspelzijlijn; in het dubbelspel mag je tot aan de dubbelspelzijlijn. Het eerste punt van elke game serveer je van rechts, daarna om en om: links, rechts, links.

Twee kansen
Je laat de bal met je hand los en raakt hem met het racket voordat hij de grond raakt; de regels zeggen niets over bovenhands of onderhands. Mislukt je opgooi, dan mag je de bal vangen of laten stuiten en opnieuw opgooien, zolang je geen slagpoging doet. Zwaai je wel en mis je de bal, dan is dat een fout.

De voetfout
Tijdens de servicebeweging gelden vier verboden voor je voeten. Overtreed je er een, dan is het een voetfout, en een voetfout is een foutieve service.
- Je verandert je stand niet door te lopen; kleine bewegingen van de voeten mogen wel.
- Je raakt met geen voet de achterlijn of het speelveld.
- Je komt met geen voet buiten het verlengde van de zijlijn.
- Je zet geen voet op het verlengde van het middenmerk.
Springen mag: het gaat om wat de grond raakt, niet om wat er in de lucht gebeurt.
Waar de bal moet landen
De bal gaat over het net en raakt het servicevak dat diagonaal tegenover je ligt, voordat de ontvanger hem terugslaat. De lijnen om dat vak horen erbij: op de servicelijn, de middenservicelijn of de zijlijn is goed. Raakt de bal een vaste hindernis, een enkelspelpaaltje of een netpaal voordat hij de grond raakt, dan is de service fout, ook als hij daarna in het vak zou zijn gevallen.
De let
Raakt je service het net, de nettrekband of de netband en valt hij daarna in het goede vak, dan is dat een let: die service telt niet en je serveert opnieuw, met dezelfde poging (eerste of tweede). Let op het verschil met de netpaal: netband is let, paal of enkelspelpaaltje is fout.
Serveren in het dubbelspel
Raakt jouw service je eigen partner, dan is de service fout. Raakt de service de partner van de ontvanger voordat de bal stuit, dan is het punt voor jou, tenzij het een let was. Wie in welke game serveert, ligt de hele set vast; hoe die volgorde werkt, lees je op de pagina over dubbelspel.
Situaties op de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Je eerste service raakt de netband en valt in het vak. Wat gebeurt er?
Een let. Die service telt niet: je serveert een nieuwe eerste service.
Tijdens je opgooi verlies je je concentratie en laat je de bal vallen zonder te zwaaien.
Geen probleem. Je mag opnieuw opgooien, zolang je geen slagpoging deed.
Je tweede service raakt de ontvanger voordat de bal de grond raakt.
Punt voor jou. De ontvanger moet de service laten stuiteren; raakt hij hem eerder, dan is het een fout tegen hem.
Veelgestelde vragen over de service
Hoeveel servicepogingen heb je bij tennis?
Twee. Is de eerste service fout, dan sla je meteen een tweede, vanaf dezelfde kant.
Mag je bovenhands of onderhands serveren bij tennis?
Allebei mag. De regels zeggen niets over de manier, alleen dat de bal niet mag stuiten voordat je hem raakt.
Wat is een voetfout?
Een overtreding van de regels voor je voeten tijdens de servicebeweging, bijvoorbeeld een voet op of over de achterlijn. Een voetfout telt als een foutieve service.
Wat gebeurt er als de service de netband raakt?
Valt de bal daarna in het goede vak, dan is het een let: die service telt niet en je serveert opnieuw, met dezelfde poging.
Vanaf welke kant serveer je?
Het eerste punt van elke game van rechts, daarna om en om: links, rechts, links.